Lamborghini
Ferruccio Lamborghini kocht in 1963 9 hectare land nabij Bologna alwaar de toenmalig succesvolle tractormaker een automobielfabriek uit de grond zou stampen. De weelde die de rijke zakenman had opgebouwd gaf hem de mogelijkheid om zijn voorliefde voor snelle Italiaanse bolides nieuw leven in te blazen en alhoewel hij fan was van Ferrari vond hij deze wagens te luidruchtig voor het gewone verkeer. Zijn Lamborghini’s moesten stijlvoller worden en niet gebaseerd op racewagens.
Het allereerste prototype, de 350GTV, werd in zijn nieuwe fabriek in slechts vier maanden gemaakt om op tijd klaar te zijn voor de prestigieuze autoshow van Turijn. Er was echter een probleem: de motor was nog niet af en dus werd de motorkap gevuld met bakstenen om een acceptabele hoogte te bereiken. Alhoewel de pers lyrisch was, was Lamborghini dat zelf niet en hij liet een nieuw chassis bouwen. Het zou de Lamborghini 350GT worden, waarmee de autofabrikant direct een waardige concurrent van Ferrari werd.
De ontwerpers van Lamborghini waren eind jaren zestig toe aan een koerswijziging; zij wilden hun baas afbrengen van het idee dat er geen sportauto’s gebouwd konden worden. Toen Ferruccio Lamborghini uiteindelijk zijn fiat gaf, ging een drietal aan de slag met het schetsboek en dat leidde tot de in 1967 geproduceerde Miura. Deze auto had een ontwerp waarop vrijwel iedere sportieve wagen sindsdien is gebaseerd.
Ook de grand tourer die in die tijd door Lamborghini op de markt werd gebracht was een groot succes: van de Espada (1968) werden er in tien jaar tijd meer dan duizend geproduceerd. Toch kwam het bedrijf – met name door de tractordivisie – in de problemen, waarna Ferruccio Lamborghini het van de hand deed aan de Zwitserse zakenmannen Rossetti en Leimer. Zelf bleef de oprichter echter wel actief in de fabriek.
Lamborghini bleef lange tijd last houden van financiële problemen, maar desondanks bleven er pareltjes van de band rollen. De Countach van eind jaren zeventig had een revolutionair ontwerp en zette de trend voor de vlakke en hoekige sportwagens. Die lijn werd voortgezet door de Diablo die toen deze op de markt kwam in 1990 met een maximale snelheid van meer dan 320 kilometer per uur de snelste bolide ter wereld was. Ook zijn opvolger, de Murciélago, deed de autobladen prijzende reacties schrijven. Deze door een Belg ontworpen bolide werd tot vorig jaar gemaakt. Sindsdien heeft het merk, dat op dit moment in handen van Audi is, enkel nog conceptmodellen gepresenteerd.
